Op het Domplein in Utrecht staat de Rouwen en Vieren-kas. In dit glazen huis kunnen bezoekers in de dagen rond kerst hun overleden dierbaren herdenken. Mede-initiatiefnemer Harry Slegh legt uit wat deze dagen betekenen voor mensen in rouw: ‘Ultieme eenzaamheid!’
Door: Esther Ruijters
Het is twee dagen vóór kerstavond. Op het Domplein bewegen scooters, fietsers, wandelaars, toeristen en spelende kinderen door elkaar heen. Bussen rijden af en aan. Naast de Domkerk staat een glazen kas, met ervóór een klapbord met ´Welkom’. In de kas flakkeren meer dan honderd kaarsen en waxinelichtjes. Tegen de flanken staan stellages, behangen met honderden witte linten en papieren sterretjes. Erop staan namen, datums en woorden geschreven, zoals: ‘Bedankt voor alles.’ En: ‘Ik mis je.’
In de kas staat Harry Slegh. Hij is mede-initiatiefnemer van de Rouwen en Vieren-kas in Utrecht; een tijdelijk glazen huis waar bezoekers tijdens de feestdagen kunnen rouwen om het verlies van dierbaren en tegelijkertijd de liefdevolle herinneringen kunnen vieren. Om de bezoekers van de kas niet te storen gaat Harry – felgroene gympen, gele sjaal, grijze muts – buiten op een stenen bankje zitten. Met zijn rug naar de Dom en gezicht naar ‘zijn’ kas vertelt hij: ‘De kas is vijf jaar geleden opgericht in Amsterdam. Inmiddels staat de kas in 24 steden en dit jaar voor de derde keer in Utrecht. De eerste keer trokken we in Utrecht meer dan 2200 bezoekers, vorig jaar meer dan 4400 en dit jaar is het ook weer een ononderbroken stroom van bezoekers geweest.’ Terwijl hij vertelt kijkt Harry regelmatig glimlachend naar de kas, waarvan de lichtjes weerspiegelen in de glazen van zijn bril. Voortdurend lopen volwassenen, jongeren en kinderen de kas in- en uit.
‘Prachtig he?’ zegt Harry glunderend. ‘Mensen die een kaarsje op willen steken kunnen ook naar de kerk gaan. Maar daar is het zo donker, zo verborgen, zo zwaar. En er hangt die sfeer van… tja, religie. Deze kas geeft rouwen een plek in de publieke omgeving. Juist dat openlijke, dat transparante geeft mensen het gevoel dat ze er niet alleen voor staan.’ Harry benadrukt dat de kas en de kerk vriendschappelijk met elkaar omgaan. Ze mogen zelfs elektriciteit van de kerk lenen voor de kas.
Wat betekenen de feestdagen voor mensen die een dierbare hebben verloren?
‘Ultieme eenzaamheid. De gezelligheid die verondersteld wordt tijdens zo’n kerstdiner, terwijl het gezelschap aan tafel geen oog voor de rouwende heeft… ja, pijnlijk. Ik kan dat niet uitstaan. Dat je, dat je zo… Je weet dat iemand erg verdriet heeft en uit een soort onhandigheid doe je er niks mee.’
Wat zijn die onhandige reacties waar je op doelt?
‘Mijn ouders zijn op jonge leeftijd overleden. En de laatste zes jaar zijn twee vriendinnen gestorven, die dezelfde leeftijd als ik hadden. Ik heb veel onhandige reacties gekregen, maar wat het meest voorkwam was dat mensen het er even over hadden en dan veranderden van onderwerp. Van de bezoekers in de kas hoor ik ook vaak pijnlijke verhalen. Dat een stel een kind heeft verloren en anderen zeggen: “Gelukkig heb je nóg een kind.” Of dat mensen tijdens het kerstdiner zeggen: “Wat fijn dat we allemaal bij elkaar zijn,” terwijl degene die overleden is mist. Ik denk dat ze dat bedenken om hun eigen ongemak uit de weg te gaan. Zo van: “Ik ben er maar niet over begonnen, want ik dacht dat het dan misschien moeilijk zou worden.” Maar wás er maar over begonnen! Mensen voelen zich de hele avond eenzaam! Dat kan ik niet uitstaan!’
Hoe kunnen mensen iemand die rouwt wél steunen?
‘Niet invullen wat de ander nodig heeft. Sowieso in het leven, nóóit invullen voor een ander! He-le-maal niet goed! Wat dan wel? Zet een stoel neer op de plek waar de overledene altijd zat. Of vraag: “Dit is de eerste kerst zonder je overleden partner of kind, zag je er tegenop?” En wat altijd een enorm effect heeft, is de naam van de overledene noemen. Dan is hij of zij er opeens. En dan niet denken: “Nou ik heb één of twee vragen gesteld, we zijn klaar.” Maar vraag het nog eens na het toetje of de koffie. Het recept is eigenlijk: vragen, vragen, vragen. Laten merken dat je er wilt zijn voor iemand. En een uur later moet je het wéér even checken.’
De avond valt, het wordt donker en kouder op het stenen bankje op het Domplein. Volgens de weerberichten belooft het de koudste kerst in vijftien jaar te worden. Harry: ‘Past wel bij het onderwerp, vind je niet?’
Kou?
‘Ja. Je wil lotgenoten in de kou zijn. Je moet een beetje samen lijden eigenlijk. Een verbond maken met elkaar, waarin je er voor elkaar bent. Neem nou de periode na de feestdagen; iemand stapt weer in zijn eentje in de auto, komt thuis – niemand thuis – moet zelf de voordeur opendoen, stapt in een leeg bed. Je moet daar oog voor hebben. Het doorvóélen.’
De kas staat er tot en met 27 december en dus niet meer met de jaarwisseling. Hebben mensen ná de kerstdagen minder last van rouw?
‘Nee, zeker niet. Oud en nieuw is voor veel mensen óók heel zwaar. De jaarwisseling, dat betekent dat er alweer een jaar voorbij is. Ineens is het niet meer hetzelfde jaar, maar een jaar eerder dat diegene overleden is. Door verder af te komen van het verlies-moment, kan het voor nabestaanden ook voelen alsof ze verder af komen te staan van de overledene zelf. Terwijl, hoe noodlottig het moment van overlijden ook was, mensen wíllen eigenlijk niet weg van dat moment. Want het is óók het laatste moment dat die dierbare er nog net wél was.
Kan troost bieden aan iemand die rouwt in het lijstje van goede voornemens?
‘Ja, dat zou zeker mogen hè? Dat je er voor elkaar blijft in het nieuwe jaar. Bijvoorbeeld regelmatig zelf het initiatief nemen voor contact, even telefoneren of een berichtje sturen, de ander laten merken dat je nog steeds aan hem of haar denkt, ook al is het nu een nieuw jaar. App bijvoorbeeld: “Wat ga je vandaag doen?” Heel praktisch eigenlijk.’
Harry kijkt naar de kas. Er valt een stilte. ‘Kijk nou, hoe mooi.’ Viertallig dameskoor Doccia is buiten vóór de kas begonnen met zingen, geflankeerd door twee vuurkorven. Voorbijgangers staan stil om naar het gezang te luisteren. Ongeveer vijftien toehoorders verzamelen zich voor het glazen huis. De meesten blijven staan tot het einde van het optreden. Sommigen sluiten hun ogen terwijl ze luisteren. Een moeder wiegt haar baby’tje, terwijl een andere vrouw een arm om haar heen slaat.
Harry loopt tussen de toeschouwers door en maakt foto’s van het tafereel. Achter zijn brillenglazen twinkelen zijn ogen. ‘Oh, ik zou wel dood kunnen gaan nu. In positieve zin hè? Zó heb ik ook wel eens in India op een berg gestaan. Dat ik dacht: alles is oké nu. Een soort rust. Hier op het Domplein zijn eigenlijk allemaal mensen die elkaar niet kennen, op een totaal willekeurige avond, op een willekeurige plek in Nederland. En die willen iets voor elkaar betekenen. Ja, en dat doen ze dan. Zo eenvoudig kan het zijn.’


Geef een reactie