Interview met Qmusic dj Stephan Bouwman
‘Er moet me even iets van het hart. Ik heb heel lang getwijfeld of ik dit moest doen. Ik heb beloofd om altijd eerlijk te zijn op de radio en eh…’ Stephan huilt: ‘Het gaat gewoon niet goed met me. Ik voel me gewoon klote. Ik heb een stemmetje in mijn hoofd en dat is de laatste dagen heel hard. Als ik in de spiegel kijk, dan zegt hij hoe lelijk ik ben. En als ik iets doe, dan vindt hij dat heel slecht. Het kan eigenlijk nooit goed.’
Op 28 februari 2018 deelt dj Stephan Bouwman tijdens een radio-uitzending van Qmusic dat het mentaal niet goed met hem gaat. Hij staat dan al enige tijd op een wachtlijst voor professionele hulp. Zijn coming out is landelijk nieuws. Het is nu acht jaar later. Volgens de nieuwste Monitor Mentale Gezondheid van het RIVM en het Trimbos instituut verslechtert de mentale gezondheid van Nederlanders. Het Trimbos adviseert onder andere: praat erover. Wat heeft het Stephan opgeleverd om open te zijn over zijn klachten?
Stephan, het is acht jaar geleden dat je publiekelijk deelde dat je slecht in je vel zat. Hoe gaat het nu met je?
‘Ja, wel oké, al heb ik net weer een hele dip gehad. Ik ben hard aan het werk met mezelf. Domme shit, zoals elke dag ontbijten. Dat deed ik nooit. En genoeg slapen en bewegen, op aanraden van mijn therapeut. Nog zoiets onbenulligs: sinds kort ben ik erachter dat ik hyperhidrose heb, waardoor ik extra zweet. Daardoor was het voor mij altijd een drempel om mensen een hand te geven. Nu knuffel ik mensen daarom als ik ze begroet. Dat soort micro-veranderingen helpen wel.’
Stephan herinnert zich de bewuste radio-uitzending van 2018 nog levendig. Al hangt hij er zelf niet veel gewicht aan: ‘Ik was gewoon een guy met problemen die op dat moment de keuze maakte om het te delen.’ Dat zijn openhartigheid zoveel zou losmaken had hij nooit verwacht. ‘Al tijdens de uitzending begon het wieltjes-icoontje op de computer, dat toont dat er nieuwe chatberichten binnenkomen, als een gek te draaien. Dat was wel even schrikken.’ Na de uitzending kreeg hij verzoeken van verschillende talkshows. Die hield hij af: ‘Ik wilde niet op tv komen als een ‘huilie huilie kind’. Het moest niet om mij gaan, dat zou afbreuk doen aan de boodschap.’
Wat was je boodschap?
‘Je bent niet alleen, we walk amongst you. Dat was het hele punt dat ik aan de luisteraars wilde meegeven. Ik sta óók op een wachtlijst voor psychologisch hulp, ik kom er óók niet doorheen. Er was daarna een jongen die reageerde met: “Hey Stephan, ik hoorde net je verhaal. Ik durfde eigenlijk niet tegen mijn ouders te vertellen hoe het met me gaat, maar ik ga vanavond met ze praten.” Toen dacht ik: ja, dit was wel een beetje het doel.’
Stephan schat in dat hij rond de tienduizend reacties heeft gekregen, die hij allemaal persoonlijk beantwoordde. Hij vond dat zijn plicht, omdat hij zelf de keuze had gemaakt om iets persoonlijks te delen. Avond na avond zat hij achter de laptop. ‘Ik had in mijn woonkamer een barretje gebouwd, met een computertje erin en een mixer. Midden in de nacht beantwoordde ik aan dat barretje al die berichten. Ik voelde me net een klantenservice die 24/7 bereikbaar was. Het was gekkenwerk. Maar ja, wat moest ik anders doen? Ik wilde niet op mijn geweten hebben dat iemand dacht: ik maak er een eind aan.’
Terwijl Stephan zelf kampte met mentale klachten, kreeg hij naar eigen zeggen ‘nogal banale’ berichten. Mensen die hem dood wensten omdat ze vonden dat hij niet moest klagen als dj, mensen die hem wilden bekeren tot een religie of hun eigen gezondheidspraktijk aanprezen, mensen die deelden dat ze suïcidaal waren en mensen die de meest gruwelijke trauma’s tot in detail met hem deelden. ‘Ik snap de term trauma-dumpen nu helemaal, want het is ook echt een beetje dumpen. Ik ben daar niet boos om, absoluut niet, maar ik had het gewoon nooit verwacht.’
De Depressie Vereniging noemde het destijds ‘een waanzinnige stap’ die jij had gezet. Zie jij dat zelf ook zo?
Eerlijk, voor mij was het ook maar gewoon een moment van vijf minuten op elf jaar radio maken. Ik heb er geen spijt van, het is mooi dat ik mensen heb geholpen om opener te zijn, maar nog steeds vragen wekelijks mensen – onbekenden – hoe het met me gaat. En dan voel ik me toch verplicht om antwoord te geven, hoewel ik dat eigenlijk niet wil. Om ze het gevoel te geven: jij wordt nu ook gehoord en gezien. Ik noem mezelf onder vrienden wel eens gekscherend Jezus: ik draag je last en je zonde wel.’
Jouw openhartigheid is veel mensen tot steun geweest, maar tegelijkertijd heb jij er zelf veel last van ondervonden. Wat zou je anderen adviseren die worstelen met mentale klachten?
‘Openheid is heel belangrijk. Maar ik denk ook dat het belangrijk is om daarna meteen afstand te doen van de mening van anderen. Als je open bent moet je per direct oké zijn met het feit dat mensen misschien niet reageren zoals jij wil. Maar heb ook begrip voor de mensen om je heen; zij moeten het ook nog leren. Je kunt ze opvoeden in het praten over problemen. En je kunt ze soms ook gewoon om handvatten vragen. Tot slot, openheid is ook: stappen gaan zetten. Je kan wel roepen dat er wat met je is, maar daarna moet je er echt zelf mee aan het werk.’
Stephan vraagt na afloop van het interview grappend: ‘Was het de bedoeling dat ik alleen maar mooie dingen zou vertellen? Want dan kan ik dat nog zeggen hѐ? Dan doen we alsof dit het voorgesprek was en kunnen we het nog helemaal anders produceren, met bloemen en ballonnen enzo.’
Dat brengt hem ineens op een herinnering: enkele dagen na de bewuste radio-uitzending stond er een docent met een basisschoolklas op de stoep. Die kwamen bloemen en ballonnen langsbrengen. ‘Super lief, maar ook heel heavy.’ Stephan was er niet, dus die bloemen lieten ze achter voor hem. Toen hij er een foto van kreeg, voelde het alsof hij naar een foto van zijn uitvaart keek. ‘Dit gaat heel lullig klinken, maar ik denk dat ik mijn straf voor kwetsbaarheid wel een beetje heb gehad.’


Geef een reactie